Niveau 1 – onderling pastoraat

Je bevindt je nu op de onderste verdieping van de piramide ‘pastoraal gemeente-zijn met jeugd’. Hier laten we je zien wat pastoraal betrokken zijn op jeugd inhoudt voor ‘gewone gemeenteleden’ zonder ambt of taak.

Niveau 1 – onderling pastoraat

Kennis en vaardigheden spelen in deze laag in feite niet zo’n grote rol. Ieder gemeentelid, juist ook degene zonder ambt of taak, kan het zogenaamde onderlinge pastoraat bedrijven. Liefde tot God en tot de naaste zijn de basis.

“Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. Het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

Mattheüs 22:37-39

We voeren op deze themapagina een pleidooi voor bewogen pastoraat, met het liefdegebod als uitgangspunt, maar dat hoeven ambtsdragers niet allemaal alleen te doen! Bij het ambt hoort ook dat je, als (jeugd)ambtsdrager), het gemeente-zijn stimuleert.

“En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, (…).”

Efeze 4:11-12

De gemeente is ook een gemeenschap. Een plek waar we elkaars vreugde mogen delen en elkaars lasten mogen dragen. Daarin heeft iedereen een taak.

Concrete voorbeelden van onderlinge pastorale betrokkenheid zijn de vele kaartjes die gestuurd worden binnen een gemeente in vreugde of verdriet, de maaltijden die gebracht worden bij ziekte of in moeilijke omstandigheden, het echtpaar dat een kind van de gemeente in huis neemt wanneer het (tijdelijk) niet meer thuis kan wonen. Misschien ben je wel niet zo snel geneigd deze voorbeelden als pastoraat te zien. We willen benadrukken dat zij in ieder geval pastorale aspecten in zich hebben. Het zijn onderlinge uitingen van aandachtige betrokkenheid. Ze geven de ontvangers de ervaring dat zij bij de gemeenschap horen en zo worden zij met daden en (soms ook) met woorden gewezen op God en Zijn Woord.

Pastoraat vóór of dóór de gemeente?

Het vormgeven aan zo'n gemeenschap die echt oog heeft voor elkaar is één van de belangrijkste opdrachten van de kerk. De apostel Johannes wijst hierop in zijn evangelie en zijn brieven. Hij wijst op het 'nieuwe gebod', om elkaar lief te hebben, dat de Heere Jezus de zijnen gegeven heeft (Joh. 13:34). Dit nieuwe heeft dan betrekking op de nieuwe tijd die is aangebroken met de komst van de Heere Jezus Christus en de uitstorting van de Heilige Geest.

“Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.”

Johannes 13:34

Ook Paulus (Rom. 13:8) en Petrus (1 Petr. 4:8) wijzen op dit 'elkaar liefhebben'.

“Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.”

Romeinen 13:8

“Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.”

1 Petrus 4:8

In veel concrete geboden komt het onderlinge omzien tot uitdrukking in het Nieuwe Testament: elkaar eren, opbouwen, aanvaarden, terechtwijzen, dienen, verdragen, vergeven, bidden voor elkaar...

De liefde is het kenmerk van de christelijke gemeente (Joh.13:35), zowel naar boven (de relatie met God) als naar binnen (onderling) als naar buiten (missionair). Hier zit een geweldige spanning omdat de gemeente (met haar jongeren!) nu nog 'in de wereld' is en door die wereld wordt beïnvloed. De werkelijkheid van wat we 'in Christus' nu al mogen ontvangen en de werkelijkheid van het 'nog niet', omdat we nu nog leven in de gebrokenheid van de gevallen schepping die eens volkomen nieuw gemaakt zal worden, geven een eigen dynamiek aan het vormen van een hechte gemeenschap met onze jongeren vandaag.

“Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.”

Ontdek het zelf!

Onderstaande piramide geeft de opbouw weer van het jeugdpastoraat in de gemeente. Klik op een laag om hierover meer te ontdekken.