3: Pas als je het verhaal ‘echt’ gezien hebt, kun je het verhaal werkelijk voor ogen gaan schilderen. Je schildert een verhaal niet met een kwast, maar met woorden.
3: Pas als je het verhaal ‘echt’ gezien hebt, kun je het verhaal werkelijk voor ogen gaan schilderen. Je schildert een verhaal niet met een kwast, maar met woorden.
Pas als je het verhaal ‘echt’ gezien hebt, kun je het verhaal werkelijk voor ogen gaan schilderen. Je schildert een verhaal niet met een kwast, maar met woorden. Denk maar aan het voorbeeld van een schilder! Vergelijk het met het moment waarop je terugkomt van vakantie, je laat vakantiefoto’s zien, maar is dat het enige? Nee, je vertelt er ook bij! De foto’s helpen je in het vertellen van je verhaal.
In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat je een verhaal eerst echt ‘gezien’ moet hebben. Als dat het geval is kun je het verhaal gaan schilderen. Daar denken we in dit hoofdstuk over na. Hoe kun je dit gebruiken bij het vertellen van je Bijbelverhaal? Hoe kun jij dat wat je gezien hebt in je verhaal laten zien? In onderstaande video legt Jan Post uit hoe je ‘schildert met woorden’.
Bij deze video horen ook enkele opdrachten om dat wat je leert zo goed mogelijk te verwerken. Een uitgebreide toelichting over het gebruik van het Doe-boek kun je vinden bij hoofdstuk 1. Klik op onderstaande button als je het Doe-boek nog niet hebt gedownload en maak de opdrachten die horen bij dit hoofdstuk.
Je bent aan het einde van dit hoofdstuk gekomen. Is het gelukt om de video te bekijken en de opdrachten uit het Doe-boek (Hoofdstuk 3) te maken? Klik dan op ‘Ja’ en druk op ‘bevestigen’. Bij het laatste hoofdstuk word je gevraagd om het Doe-boek te uploaden.